Letterlievend

Afbeelding: Jan de Bie

Sinterklaastijd

Het is weer bijna 5 december en je moet waarschijnlijk weer zelf dichten. Ook op Letterlievend.nl vind je gedichten, met een instructie van drs. P. voor het schrijven van een sinterklaasgedicht. Daarnaast cabaret van Toon Hermans en een verhaal van Carmiggelt. En er is aandacht voor Dèr Mouw en Van Lennep met Klaasje Zevenster. Lees verder.



omslag-zijn-eigen-land-bb.jpg

Poëzie en politiek

In de bibliotheek is het thema van Nederland Leest Democratie. Als je je mening geeft over democratie krijg je een boek naar keuze cadeau.  

download1gelijk.jpg

‘Mijn eigen land’ noemde Harry Mulisch ooit zijn werkkamer aan de Leidsekade in Amsterdam, waar hij meer dan vijftig jaar heeft gewerkt en waar bijna zijn gehele literaire oeuvre is ontstaan. Het was zijn literaire laboratorium en het is de plek waar vrijwel alles uit zijn leven en werk ligt opgeslagen. Biograaf en uitgever Robbert Ammerlaan heeft als eerste ongelimiteerd toegang gekregen tot Mulisch’ eigen land: dagboeken en notitieboekjes, brieven van zijn ouders, agenda’s en dagboekaantekeningen van zijn vader, aanzetten tot nieuw werk, niet gepubliceerde verhalen en fragmenten, correspondentie van en met collega-schrijvers, brieven van en aan geliefden, schoolrapporten, tekeningen en foto’s.

 

downloadmul.jpg

Harry Mulisch liet zich vaker over politiek uit dan zijn collega's Hermans en Reve.Hij zei over zichzelf "Ik ben de Tweede wereldoorlog". Mulisch was bevriend met politici zoals Hans van Mierlo en had een tijd communistische sympathieën.  In De ontdekking van de hemel wordt heel wat over de politiek in Nederland geschreven, met name in de passages over Onno Quist.

 

W.F. Hermans schreef een prachtig cynisch boek over politiek: Ik heb altijd gelijk.

In dat boek is de hoofdpersoon een boze witte man  zich miskend voelt en graag mensen ( m.n. de katholieken) kwetst. Hij wil echter niet een nationalistische Nederlandse partij,oprichten, maar Nederland opheffen en in Europa op laten gaan. Hoogst actueel dus.   


imagescam-2.jpg

 


jezelf een vraag stellen

daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen

 

Remco Campert 

 

Deze maand staat in het teken van de politiek, zowel in ons eigen land als daarbuiten. Na de onverwachte overwinning van Donald Trump volgden er vele analyses. In het licht van de literatuur  was de column van Arjen Fortuin in de NRC met de titel Welk boek kan ons troosten op de avond na de verkiezingen wel het meest interessant. Engelse lezers citeerden uit vertaling van De Avonden van Gerard Reve een prachtige passage:  “What do the people want. Nothing good, that much is certain. “  

 

Getuigenis

Ze willen dat ik schrijf

voor de vooruitgang.

Maar ik kan niet schrijven zoals zij,

al stam ik van hen af.

Ik moet de wijken van het volk in

en mijn oor te luisteren leggen:

zo hoor je nog eens wat.

Wat wil het volk?

Niet veel goeds, dat is zeker.

Dus ga ik de straat op,

met mijn eigen vaandel

waarop geschreven staat:

Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!

Lang leve de Dood!

Gerard Reve

Verder legde Fortuin de prachtige link tussen het boek Abeltje van Annie M.G. Schmidt en de Amerikaanse verkiezingen. De mottenballenkoopman Tump (!) wordt in dit boek president van Perugona zonder te weten wat het ambt inhoudt en het volk komt in opstand. Gelukkig verlost juffrouw Klaterhoen hem snel uit zijn lijden en het land van hem.   

 


images-2.png

En dan was er de nieuwe politieke beweging Denk, met de bijna obligate titel Denkend aan Nederland boven het verkiezingsprogramma. Weer een voorbeeld van tweede gebruik van poëzie, in dit geval van Herinnering aan Holland van Hendrik Marsman.  

 

De combinatie politiek en poëzie  kennen we natuurlijk van Joost van den Vondel,  Jan Campert,  Henriette Roland Holst en Herman Gorter, maar schoonheid en idealisme gaan lang niet altijd samen. Een uitzondering daarop vormt zeker het gedicht Verzet begint niet met grote woorden van Remco Campert, dat ook aansluit bij de protesten in de Verenigde Staten.  En Welterusten, mijnheer de president, het protestlied van Nijgh/De Groot  mag ook niet vergeten worden. Indrukwekkend is het gedicht dat Willem Elsschot schreef over Van der Lubbe nadat deze ervan beschuldigd werd de Rijksdag van Berlijn in brand te hebben gestoken.


1401144_529143277203133_5774648991177049436_o.jpg
images1luc-1.png

Ook Lucebert schreef ook politieke gedichten. Bekend is zijn Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia. Een minimum van Ramsey Nasr met mensen in armoede betekent veel voor mensen in armoede. Het is als muurgedicht een statement voor de stadsbestuurders.

Klik hier voor de pagina met politieke gedichten.

downloadels.jpg

Herfstpoëzie: uit de oudste dromen van de ziel gemaakt

Deze mooie regel is ontleend aan een gedicht van J.C. Bloem, Herfstdag

Jacques Bloem is bij uitstek de dichter voor de herfst. Natuurlijk is er ook het prachtige gedicht van Rilke, Herbsttag, maar als het om weemoed over het vergankelijke én berusting daarin gaat, kunnen we niet voorbijgaan aan de dichter van het Verlangen. Zijn stelregel was ‘Dichten is afleren’ en hij vond 'Een gedicht is beter, naarmate men de woorden ervan minder merkt.' Misschien zijn zijn gedichten daarom zo tijdloos.

Hier mijn persoonlijke keuze uit gedichten over de herfst en een opbeurend stukje van Annie M.G. Schmidt. Het is per slot kinderboekenweek.


Zomernacht

Doe nu die gedachten dicht van je.
Denk nu eens liever niet na over morgen.
Kijk niet steeds weer die bosrand van gisteren
na, bramenplukker die je bent zoals vroeger
maar nu. Maak even geen onderscheid tussen
een wie en hoezo en de kans op anders.

Doe in je hoofd uit de lamp, hoor wat er is,
ademt en ritselt, kwaakt in de kikkers.
Leef met je lichaam van nachtwind de koelte.
Geeuw je een gat in het hart en proef het
zo rood al sap van bramen. Wees langzaam
door vogels gezongen het wordende licht.

 

C.O. Jellema 


 

 

Vakantietijd

Eindelijk buiten de schoolvakanties op vakantie gaan. Dat is het een mooi voordeel van niet meer werken in het onderwijs. Veel pensionado's  gaan naar Spanje en maken dan een voettocht of fietstocht naar Santiago de Compostela. 

De Nederlandse schrijver die echt een kenner van Spanje is, heet Cees Nooteboom. Een fantastisch reisboek voor Spanje van Nooteboom is De omweg naar Santiago.

 



Afscheid

Afscheid nemen kan ook een feestje zijn. Naar aanleiding van mijn afscheid als docent Nederlands van De Nassau, gebeurde er veel en maakte ik een pagina. Ook is er nu  een pagina met gedichten voor het (laatste) afscheid 


imagesIGZ1Q3FM-1.jpg

Het is weer bijna het weekeinde van de Canal Parade, onderdeel van Euro Pride.

In Rotterdam droeg een café in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw de naam Mateloos. Een prachtige naam voor een homocafé als je dit gedicht van Jacob Israel de Haan kent.

Jacob-Israel-de-Haan-Straanaambord-De-Pijp-CC-Peer.jpg

ji.jpg

Het homomonument in Amsterdam


Nooit meer slapen

Het afgelopen jaar is een van de beste romans van Willem Frederik Hermans verfilmd onder de titel Beyond sleep

Lees verder over Nooit meer slapen.

 

imageswfnms-1-2.jpg
download.jpg

CeesNooteboom-credit-Simone-Sassen11.jpg

Een bewonderaar van Cees Nooteboom is Toon van Miert.

Hij schreef De omweg naar Hoogstraten, uitgegeven door Van Kemenade. Een mooi voorbeeld van tweede gebruik. 
'In De omweg naar Hoogstraten neemt Toon van Miert ons mee naar plekken in de grensstreek tussen Breda en Hoogstraten waar de natuur en cultuur van vervlogen tijden nog herkenbaar zijn in het landschap en de dorpen. Het is een boeiende streek, waar de ontwikkelingen van de laatste decennia zichtbaar zijn, zonder dat het landschap al te zeer aangetast is. In zes hoofdstukken leidt hij ons door de regio; het middelste hoofdstuk wijdt hij aan historie en bezienswaardigheden van Hoogstraten. Het is ook een lees- en kijkboek m.a.w. je kunt van de inhoud genieten als je de tochten niet kunt maken, de streek is daar interessant genoeg voor en de foto’s geven er een duidelijk beeld van.'

 


Jacques Bloem: Herinnering

De gloeiende avond in de kleine stad:
Verlichte ramen stonden ruisend open
Naar zomertuinen en het langzaam lopen
Van de geliefden langs het grijze pad

Als dit geheime ooit wéér te leven was:
Hoe dat het zachte licht van een lantaren
Scheen op de donkere, gedempte blaren,
Wist het hart, dat het van den dood genas.

Maar het vergankelijke kent geen keer
Dan in de opstanding der herinneringen;
Gistren is even ver als deze dingen:
In het verleden is de tijd niet meer.

Toch zullen bij het sluiten van den kring,
Waarin ons dreef des levens streng beschikken,
Die als de lucht onhoudbare ogenblikken
Onze enige eer zijn en rechtvaardiging.

En zullen we, in de wervling van den tijd
En de vervoeringen, die niet beklijven,
Indachtig aan onze oude dagen blijven
Met onvergankelijke aanhanklijkheid.

Tot aan het zwichten en het laatst getij,
Wanneer de wereld één wordt met het duistren,
En wij de niet te horen woorden fluistren:
Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij. 

 

Aan eenen jongen visscher

Rozen zijn niet zoo schoon als uwe wangen,
Tulpen niet als uw bloote voeten teer,
En in geen oogen las ik immer meer
Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen.

Achter ons was de eeuwigheid van de zee,
Boven ons bleekte grijs de eeuwige lucht,
Aan ‘t eenzaam strand dwaalden alleen wij twee,
Er was geen ander dan het zeegerucht.

Laatste dag samen, ik ging naar mijn Stad.
Gij vaart en vischt tevreden, ik dwaal rond
En vind in stad noch stiller landstreek wijk.

Ik ben zóo moede, ik heb veel liefgehad.
Vergeef mij veel, vraag niet wat ik weerstond
En bid dat ik nooit voor uw schoon bezwijk.

Uit: Liederen (1917)