Letterlievend » Poëzie » Politieke gedichten

Ramsey Nasr

ik wou dat ik twee burgers was (dan kon ik samenleven)

en dit is mijn gedicht, komt u binnen

let niet op de galm, wees niet bang

laat ons beginnen in leegte

welkom in mijn krater van licht

 

ooit kwamen wij samen, u en ik, weet u nog

koel leefden wij op in de glans van een roemer

onze schaduwen als helder kristal

onze roem even terloops als de lichtval

op de brief van een windstille vrouw

 

goudbestoft waren wij

bleek, bijna doorschijnend van liefde waren wij

wij loken de ogen voor de ander

 

en wij hielden van boetedoen

vroeg iemand hoe het met ons ging

dan zeiden we naar waarheid

we schamen ons kapot, meneer

wij waren er heilig van overtuigd

dat wij ooit onze bloedeigen heer

zelf met gesels ineengeslagen

en op eigen houtje gekruisigd hadden

de apocalyps stond bij voorbaat

als straf op ons netvlies gebrand

 

en wat is er gebeurd in die paar eeuwen

dat wij even de andere kant opkeken?

 

ik wilde u graag een vaderland tonen

vormvast, zuiver en met volgehouden metaforen

een gedicht kneden over ons, maar toen ik begon

moest ik toezien hoe hier het ene volk

het andere spontaan begon te vagen

als twee onverenigbare republieken

 

hoe kwamen wij zo snel van nietig tot lomp

van weerschijn tot alomaanwezige schreeuwhomp?

hoe kon uit zuinige rupsen dit hummervolk opstaan?

 

ze zeggen: omdat god verdween - onze vader

had besloten nog wat onzichtbaarder te worden

dan hij al was, kijken of dat kon, nee dat kon niet

weg was god

en in dit stilleven met grote afwezige

stonden nu de verbijsterde nederlanden

hun monden nog vol van vergankelijkheid

vol wuftheid en alom gewaardeerd doodsverlangen

 

al hun ijdelheid was ijdelheid gebleken

al hun schijn, hun gekoesterde slijk, heel dit spiegelpaleis

dat men ooit voor oneindigheid hield

werd nu voorgoed onbewoonbaar verklaard

je hoorde de rijp op hun zielen kraken

 

en uit dat gat – daar werden wij geboren

kevin, ramsey, dunya, dagmar, roman en charity

als bij toverslag kwamen wij tevoorschijn

bungeejumpend, met oranje opblaashamers

gillend en krijsend en antidepressief

of zwijgend voor een breezer gegangbangd

welkom in nederland vakantieland

 

ja dat krijg je ervan, dit volk houdt men over

wanneer je de schuld uit ons lijf ramt

we vullen de holte met glimmende leegte

 

tussen psalmenzangers en pillenslikkers

tussen het goud en het blingbling

vond ik een land dat werd opgeheven

 

dit land is de wraak van de voorvaderen

als een beeldenstorm razen zij in ons voort

maar het bestaat – zoals ook het verband

tussen kinderstring en boerka bestaat

tussen karnemelk en comazuipen: hol en bol

schuiven wij onze eeuwen ineen

 

elkaar opheffen is onze kracht

wij streven van nature naar leegte

zoals een cycloop naar diepte snakt

 

ziet u, een vaderland wilde ik u tonen

niet deze woestijn van oneindige vrijheid

maar hier wonen wij, en hoe mooi zou het zijn

als iemand ooit als een tweedehands godheid

rijm voor rijm een land zou bouwen

voor dit volk dat zijn volk mist

 

hier, in de open kuil van onze ziel

juist hier zou iets groots kunnen worden verricht

laat ons beginnen met een gedicht

Verzet begint niet met grote woorden

maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin

of de kat die de kolder in zijn kop krijgt

 

zoals brede rivieren

met een kleine bron

verscholen in het woud

 

zoals een vuurzee

met dezelfde lucifer

die een sigaret aansteekt

 

zoals liefde met een blik

een aanraking iets dat je opvalt in een stem

 

jezelf een vraag stellen

daarmee begint verzet

 

en dan die vraag aan een ander stellen

Remco Campert 


Herman Gorter schreef socialistische verzen, maar erkende dat de pure schoonheid van poëzie moeilijk te verenigen was met de idealen van de arbeidersbeweging.  

De arbeidersklasse danst een groote reidans
aan de oceaan der wereld, zooals kindren
die men 's avonds op strandmuur bij de zee,
bij het geel licht der lantarens en 't licht
der zon, ziet huppelen op muziek. Hun lichte
dunne gestaltetjes dragen al dansend
hoop en gedachten gaand op de oceaan,
gaand in den hemel, gaand diep in de aarde -
zoo danst de arbeidersklasse aan de zee.
Hoop en verwachting stroomt hun van de zee,
hoop en verwachting straalt van uit de lucht,
hoop en verwachting rijst van uit de aard.
Hoe klinkt nu alles helder, 't aard-metaal
klinkt, en de lucht is sonoor, 't handgeklap
van mannen en vrouwen volgt op breeden zwaai
van armen door de zachte helle lucht.
Jongens en meisjes stuiven om hen heen.
Dezen zullen 't beleven dat de lichte
lichamen der menschen overal dansen
in vrijheid.
De arbeidersklasse danst een groote reidans
aan de oceaan.

Herman Gorter, Uit: Verzen, 1905 

In de tijd van de Vietnamoorlog schreef Lennaert Nijgh de tekst van een door Boudewijn de Groot gezongen protestlied. 

 

Mijnheer de president 

Mijnheer de president, welterusten.

Slaap maar lekker in je mooie witte huis.

Denk maar niet te veel aan al die verre kusten

Waar uw jongens zitten, eenzaam, ver van thuis.

Denk vooral niet aan die zesenveertig doden,

Die vergissing laatst met dat bombardement.

En vergeet het vierde van die tien geboden

Die u als goed christen zeker kent.

Denk maar niet aan al die jonge frontsoldaten

Eenzaam stervend in de verre tropennacht.

Laat die weke pacifistenkliek maar praten,

Mijnheer de president, slaap zacht.

Droom maar van de overwinning en de zege,

Droom maar van uw mooie vredesideaal

Dat nog nooit door bloedig moorden is verkregen,

Droom maar dat het u wel lukken zal dit maal.

Denk maar niet aan al die mensen die verrekken,

Hoeveel vrouwen, hoeveel kinderen zijn vermoord.

Droom maar dat u aan het langste eind zult trekken

En geloof van al die tegenstand geen woord.

Bajonetten met bloedige gevesten

Houden ver van hier op uw bevel de wacht

Voor de glorie en de eer van het vrije westen.

Mijnheer de president, slaap zacht.

Schrik maar niet te erg wanneer u in uw dromen

Al die schuldeloze slachtoffers ziet staan

Die daarginds bij het gevecht zijn omgekomen

En u vragen hoe lang dit nog zo moet gaan.

En u zult toch ook zo langzaamaan wel weten

Dat er mensen zijn die ziek zijn van geweld,

Die het bloed en de ellende niet vergeten

En voor wie nog steeds een mensenleven telt.

Droom maar niet te veel van al die dode mensen,

Droom maar fijn van overwinning en van macht.

Denk maar niet aan al die vredeswensen.

Mijnheer de president, slaap zacht.

Lennaert Nijgh

 

Lucebert, dichter en schilder, was fel gekant tegen de politionele acties van Nederland in Indonesië.

Bekend is zijn Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia. 

Gorter schreef eerder het impressionistische gedicht Mei.

 

Een heel andere kijk op de democratie komt van Gerard Reve, volksschrijver. 

 

Getuigenis

Ze willen dat ik schrijf

voor de vooruitgang.

Maar ik kan niet schrijven zoals zij,

al stam ik van hen af.

Ik moet de wijken van het volk in

en mijn oor te luisteren leggen:

zo hoor je nog eens wat.

Wat wil het volk?

Niet veel goeds, dat is zeker.

Dus ga ik de straat op,

met mijn eigen vaandel

waarop geschreven staat:

Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!

Lang leve de Dood!

Gerard Reve