Letterlievend

Nederland Leest 2018 

We krijgen weer een boek cadeau in de maand november. Nederland Leest pakt het breder, maar minder literair aan en geeft een boekje uit met bijdragen over koken en voeding onder het motto “Je bent wat je leest”, daarbij natuurlijk verwijzend naar de uitspraak “Man ist was man isst ”, van Feuerbach.

Wat valt er over dit thema te lezen in de literatuur? Een aantal titels van romans en novellen schieten je zo te binnen.

Willem Elsschots Kaas, Het hemelse gerecht van Renate Dorrestein, Het diner uiteraard en Troost van Giphart. Twee titels met zeevruchten: De oesters van Nam Kee van Kees van Beijnum en Oesters van Rasha Peper. Ernest Van der Kwast schreef verfrissend over een Italiaanse familie en de geschiedenis en het proces van ijsmaken in De ijsmakers.

Ronald Giphart leidt de bundel van Nederland Leest in, niet vreemd want hij maakte al in 2005 een bloemlezing met dit thema. 

Op  Letterlievend maakte ik een nieuwe themapagina met gedichten over eten. In de Nederlandse poëzie zien we het alledaagse eten met name in de zestiger jaren een plaats krijgen. Buddingh en Bernlef introduceerden de aardappel, en de boterham in de poëzie. En natuurlijk de sandwichspread...


ARMANDO OVERLEDEN en                                    Oud Amelisweerd Dicht

Kunstenaars lijden aan de tijd. Aan de vergankelijkheid. Ze gaan het gevecht met de eeuwigheid aan, terwijl ze weten dat ze dit gevecht zullen verliezen ondanks kortstondige overwinningen. Laat ze maar hun gang gaan, ze weten niet beter.'

Uit: De haperende schepping (2003)
 


Van schorriemorrie tot rambam

Afgelopen weekeinde schreef Youp van ’t Hek zijn column in de NRC onder de titel Sjorriemorrie. Hij eindigde zijn relaas met een verwijzing naar de Mei van Gorter, Umberto Tan een nieuwe lente en een nieuw geluid wensend en dat terwijl er op de grachten nog geschaatst werd toen de krant in de bus viel. Meer tweede gebruik van poëzie vind je hier.

We kennen in het Nederlands veel meer van die intern rijmende woorden. Harrewarren, holderdebolder, kinnesinne, kissebissen en lanterfanter zijn mooie voorbeelden. In Opperlandse Taal- en letterkunde van Battus (Hugo Brand Corstius)  is er veel over te vinden onder de titel De wet van Hoyle Boyle. Rambam is trouwens de passende naam van een confronterend televisieprogramma.

Youps woordspeling op schorriemorrie is veel origineler. dan die nieuwe lente.Overigens is os en ezel in het Hebreeuws sjorim cha morim, via het Jiddisch is dat ons woord schorriemorrie geworden. Er staat dus schorriemorrie in de stal. En deze klanken bekken lekker. Bedacht Annie MG waarschijnlijk daarom de titel Jorrie en Snorrie?

                                                                                                                      Ook iets wat lekker bekt: straatpoëzie in Rotterdam.


Benedicte en Willem Bilderdijk

Gek toeval. Op de Bilderdijkstraat in Amsterdam is een kliniek gevestigd die je met bijvoorbeeld hypnotherapie van je rookverslaving kan bevrijden. Bilderdijk, wie was dat ook alweer?  Een zeer romantische geest die veel schreef en zijn leven zelf beschreef en zichzelf daarbij niet minder beduidend maakte; hij las naar eigen zeggen op driejarige leeftijd Homerus’ Ilias. Bilderdijk  gaf Nederlandse les aan Lodewijk Napoleon en had vaak extreme standpunten. Hij was bijvoorbeeld tegen inentingen en dijken, maar schreef ook een verhandeling op rijm tegen roken, Het nicotiaansche kruid. Benedicte Ficq kan er misschien nog wel wat aan hebben in haar strijd tegen de tabakslobby.

Weg met dat stinkend stof! weg met die vuile dampen, 
De lucht en 't heldre licht van tafeltoorts en lampen 
Verduistrend, d'ademtocht verstikkend, en vergift 
Voor borst en ingewand! Wat razerny van drift 
Kon zoo het menschenras van zelfbesef berooven, 
Om dus zich 't leven in den boezem uit te doven? 
En, Hemel, alles is aan deze dolheid vast, 
En gaat op prikklingstank en walgingrook te gast! 
Euroop, wat zijt ge dwaas! - Van waar toch dit gelusten 
Naar 't onkruid, naar 't vergif van Oost- en Westerkusten?

Twee reddelozen in Rotterdam.....

In het Scheepvaartcollege dat gevestigd is in een overweldigend gebouw aan de Maas is op de begane grond een enorme wand met teksten en afbeeldingen te zien. Mijn verbazing was groot toen ik te midden van de stoere, daadkrachtige Rotterdamse studenten in hun maritieme sfeer enkele strofen uit een gedicht van Martinus Nijhoff zag. 

Twee reddelozen

 

Zij gaat 's nachts vaak naar de haven 

Waarheen ze vroeger met mij ging, 
Aan de eeuwige zee, aan de sterren, 

Vraagt ze waarom het voorbij ging - 

 
En de wind en de lichten der schepen 
Zeggen dat al wat voorbijgaat 
Op een reis is zonder thuisreis 
Naar een einde waar niemand ons bijstaat - 
 
 
 
In mijn hooge verlichte venster 
Tusschen schoorsteene' en torenklokken 
Heb ik tegenover den hemel 
Een eenzame voorpost betrokken. 
 
In alles te kort geschoten, 
Staar ik bij het raam op de stad 
En vraag: was ik grooter geworden 
Wanneer ik had liefgehad?
 
Martinus Nijhoff

in 2011 was Het leven is vurrukkulluk het boek van Nederland Leest. Remco Campert las het integraal voor.  Nu is het eindelijk verfilmd door Frans Weisz. Het is een licht melancholiek verhaal over jongeren die niet in de maatschappij geloven en wel in hun genot, maar zich realiseren dat dat maar tijdelijk is. Het motto van het boek is ontleend aan Martinus Nijhoffs Het tuinfeest.

Zij zij zingen, nijgen naar elkaar en kussen,

Geenszins om de liefde, maar om de sublieme

Momenten en het sentiment daartussen.

Meer nieuws over Remco Campert

Pas verschenen, de nieuwste dichtbundel: Open ogen. Een bundel waarin Campert minder bedeesd is. 

In zijn nieuwste poëzie is de broze dichter Remco Campert een ridder zonder vrees. (Arjan Peters)

 

 


De kop van een leuk artikel in de NRC is een in neon vervatte allusie naar Alles van waarde is weerloos van Lucebert. Op deze pagina maakte ik vaker melding van dit gedicht. Overigens is er een verzamelsite voor muurgedichten ofwel straatpoëzie waar iedereen gedichten uit de publieke ruimte kan toevoegen: straatpoëzie.nl

 


Het litteken van de dood

Precies tien jaar na het overlijden van Jan Wolkers verscheen de monumentale biografie van Jan Wolkers, het werk waarop Onno Blom promoveerde. Het was in Nederland hét literaire evenement van deze herfst. DWDD wijdde er een hele uitzending aan . 

De dood was deze maand meer aanwezig. Onder andere in artikelen over poëzie voor eenzaam gestorvenen, gebundeld in Tot Zover. Daarom verzamelde ik weer nieuwe gedichten en artikelen voor deze website op de pagina Afscheidsgedichten.

 

 

 

Op de zijgevel van het geboortehuis van Jan Wolkers komt  de tekst van het gedicht De herinnering.


Een gedicht van stadsdichter Daan Doesborgh, van 2006-2010 stadsdichter van Venlo.


Literatuur op blik

De geweldig mooie en informatieve website www.literatuurmuseum.nl wijdde een pagina aan koektrommels met daarop taferelen uit de Camera Obscura van Hildebrand, ofwel Nicolaas Beets. In mijn blikkenverzameling heb ik een exemplaar van een blik met taferelen van Brand in de Jonge Jan, een sociaal bewogen toneelstuk van Herman Heijermans. In het stuk uit 1903 blijkt dat hebzucht en bedrog mensenlevens kosten.

Het wordt nog steeds op de planken gebracht. 

 

 


Armando

Ik hoorde dat er geluisterd werd 

Armando trad op 29 september op in De Nieuwe Veste in Breda samen met Oleg Lisenko. Klik hier voor meer informatie over hem.


Dit blikje is overigens niet het enige in zijn soort binnen de collectie van het Literatuurmuseum. In 2010 werd het verblijd met de schenking van een trommeltje met een versje uit de Proeve van kleine gedigten voor kinderen van Hiëronymus van Alphen, met vijf prentjes.

 


In de maand juli trouwde een mooi stel in het voormalige huis van C.O. Jellema. Het deelde kussenslopen uit met prachtige regels uit het gedicht Zomernacht. Mijn drie weken oude kleinkind Valerie was erbij en de foto inspireerde tot een pagina met meer zomergedichten .



 

 

Populisme, schreeuwerigheid en nepnieuws: lees dit gedicht van Maria Barnas

Massa 

Wij zijn de roeiers die met dauw op het gezicht
de ochtend in roeien zonder geluid. 
Wij zijn degenen waar kranten zich op richten
waar cijfers zich om buigen en kaders zich om sluiten
Wij zijn het risico dat u spreidt.
Wij hebben elkaar gevonden en zullen pas zwijgen
wanneer we begrijpen waartoe wij hier in godsnaam zijn.

Hebt u daar soms iets mee te maken? Bent u het 
die ons ondermijnt; doet kwijnen in een zee van willekeur 
omdat we met velen zijn: ons gejammer 
is nooit zo krachtig als de schreeuw van de vrouw
van wie de handen op de trambaan branden.
Daar staat ze. Ze schreeuwt zoals een vrouw 
van wie de handen branden schreeuwt.

Wij vernietigen onszelf naarmate wij luider van ons 
laten horen en later zijn wij de onvolmaakte raven 
van inkt in de palm van uw hand die u schudt
als van een vreemde in het allerlaatste licht.
Waar gaan ze heen de roeiers bewegen zich 
onnatuurlijk achterstevoren ze slaan de spanen 
waterwijd en trekken zich terug langs het land.

© 2007, Maria Barnas

Er staat een stad op
De Arbeiderspers, Amsterdam, 2007

 



Er is deze dagen veel aandacht voor De Stijl in Nederland. Exposities, o.a. in het gemeentemuseum in Den Haag, herdenken dat het honderd jaar geleden is dit jaar dat het tijdschrift voor het eerst werd uitgegeven. 

Theo van Doesburg schreef onder het pseudoniem I.K. Bonset poëzie. Zijn pseudoniem is  een anagram van 'Ik ben sot'. Hier zijn dadaïstische invloeden zeker merkbaar. 

De Stijl is een Nederlandse kunstbeweging, vernoemd naar het in 1917 in Leiden opgerichte tijdschrift De Stijl. De belangrijkste leden van De Stijl waren Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Vilmos Huszár, Bart van der Leck, J.J.P. Oud, Jan Wils, Robert van 't Hoff, Gerrit Rietveld en Georges Vantongerloo. De Stijl is vooral een project van kunstenaar en publicist Theo van Doesburg, de zelfbenoemde oprichter, redacteur en propagandist van De Stijl. De leden van De Stijl streefden naar een radicale hervorming van de kunst, die gelijke tred hield met de technische, wetenschappelijke en sociale veranderingen in de wereld. Deze hervorming bestond uit het gebruik van een minimum aan kleuren (primaire kleuren, gecombineerd met zwart, wit en grijs) en een zo eenvoudig mogelijke vormgeving (bij voorkeur volgens het orthogonaal stelsel). Hoewel er van het tijdschrift De Stijl nooit meer dan 300 exemplaren verkocht werden, had het een grote invloed op de kunst in Nederland en daarbuiten. Internationaal is De Stijl beter bekend onder de naam neoplasticisme of Nieuwe Beelding waarbij het vanaf de jaren 30 een centrale rol in de Europese avant-garde speelde.

Theo van Doesburg 

Gerrit Rietveld 

Theo van Doesburg

Piet Mondriaan 



Kerstgedichten

 

Een gedicht van Hester Knibbe voor Berlijn en Aleppo.

En ze zeiden dat

zegenen helpen betekent, maar er waren die nacht
zoveel wonden op de wereld dat mijn ogen
en benen verlamden. En ik was

bang, bang voor bloed aan mijn handen en
dat ik daarmee dan over mijn gezicht buik
en armen. Daarom riep ik

zegen mij zegen mij de angstige.

 

 

 

 

 

 



Sinterklaastijd

Het is weer bijna 5 december en je moet waarschijnlijk weer zelf dichten. Ook op Letterlievend.nl vind je gedichten, met een instructie van drs. P. voor het schrijven van een sinterklaasgedicht. Daarnaast cabaret van Toon Hermans en een verhaal van Carmiggelt. En er is aandacht voor Dèr Mouw en Van Lennep met Klaasje Zevenster. Lees verder.



Poëzie en politiek

In de bibliotheek is dit jaar het thema van Nederland Leest Democratie. Als je je mening geeft over democratie krijg je een boek naar keuze cadeau.  

‘Mijn eigen land’ noemde Harry Mulisch ooit zijn werkkamer aan de Leidsekade in Amsterdam, waar hij meer dan vijftig jaar heeft gewerkt en waar bijna zijn gehele literaire oeuvre is ontstaan. Het was zijn literaire laboratorium en het is de plek waar vrijwel alles uit zijn leven en werk ligt opgeslagen. Biograaf en uitgever Robbert Ammerlaan heeft als eerste ongelimiteerd toegang gekregen tot Mulisch’ eigen land: dagboeken en notitieboekjes, brieven van zijn ouders, agenda’s en dagboekaantekeningen van zijn vader, aanzetten tot nieuw werk, niet gepubliceerde verhalen en fragmenten, correspondentie van en met collega-schrijvers, brieven van en aan geliefden, schoolrapporten, tekeningen en foto’s.

 

Harry Mulisch liet zich vaker over politiek uit dan zijn collega's Hermans en Reve. Hij zei onder andere over zichzelf  "Ik ben de Tweede Wereldoorlog". Mulisch was bevriend met politici zoals Hans van Mierlo en had een tijd communistische sympathieën.  In De ontdekking van de hemel wordt heel wat over de politiek in Nederland geschreven, met name in de passages over Onno Quist.

 

W.F. Hermans schreef een prachtig cynisch boek over politiek: Ik heb altijd gelijk.

In dat boek is de hoofdpersoon een boze witte man  zich miskend voelt en graag mensen (m.n. de katholieken) kwetst. Hij wil echter niet een nationalistische Nederlandse partij oprichten, maar Nederland opheffen en in Europa op laten gaan. Hoogst actueel dus.   


 


jezelf een vraag stellen

daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen

 

Remco Campert 

 

Deze maand staat in het teken van de politiek, zowel in ons eigen land als daarbuiten. Na de onverwachte overwinning van Donald Trump volgden er vele analyses. In het licht van de literatuur  was de column van Arjen Fortuin in de NRC met de titel  Welk boek kan ons troosten op de avond na de verkiezingen wel het meest interessant. Engelse lezers citeerden uit vertaling van De Avonden van Gerard Reve een prachtige passage:  “What do the people want. Nothing good, that much is certain. “  

 

Getuigenis

Ze willen dat ik schrijf

voor de vooruitgang.

Maar ik kan niet schrijven zoals zij,

al stam ik van hen af.

Ik moet de wijken van het volk in

en mijn oor te luisteren leggen:

zo hoor je nog eens wat.

Wat wil het volk?

Niet veel goeds, dat is zeker.

Dus ga ik de straat op,

met mijn eigen vaandel

waarop geschreven staat:

Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!

Lang leve de Dood!

Gerard Reve

Verder legde Fortuin de prachtige link tussen het boek Abeltje van Annie M.G. Schmidt en de Amerikaanse verkiezingen. De mottenballenkoopman Tump (!) wordt in dit boek president van Perugona zonder te weten wat het ambt inhoudt en het volk komt in opstand. Gelukkig verlost juffrouw Klaterhoen hem snel uit zijn lijden en het land van hem.   

 


En dan was er de nieuwe politieke beweging Denk, met de bijna obligate titel Denkend aan Nederland boven het verkiezingsprogramma. Weer een voorbeeld van tweede gebruik van poëzie, in dit geval van Herinnering aan Holland van Hendrik Marsman.  

 

De combinatie politiek en poëzie  kennen we natuurlijk van Joost van den Vondel,  Jan Campert,  Henriette Roland Holst en Herman Gorter, maar schoonheid en idealisme gaan lang niet altijd samen. Een uitzondering daarop vormt zeker het gedicht Verzet begint niet met grote woorden van Remco Campert, dat ook aansluit bij de protesten in de Verenigde Staten.  En Welterusten, mijnheer de president, het protestlied van Nijgh/De Groot  mag ook niet vergeten worden. Indrukwekkend is het gedicht dat Willem Elsschot schreef over Van der Lubbe nadat deze ervan beschuldigd werd de Rijksdag van Berlijn in brand te hebben gestoken.


Ook Lucebert schreef politieke gedichten. Bekend is zijn Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia. Een minimum van Ramsey Nasr met mensen in armoede betekent veel voor mensen in armoede. Het is als muurgedicht een statement voor de stadsbestuurders.

Klik hier voor de pagina met politieke gedichten.


Herfstpoëzie: uit de oudste dromen van de ziel gemaakt

Deze mooie regel is ontleend aan een gedicht van J.C. Bloem, Herfstdag

Jacques Bloem is bij uitstek de dichter voor de herfst. Natuurlijk is er ook het prachtige gedicht van Rilke, Herbsttag, maar als het om weemoed over het vergankelijke én berusting daarin gaat, kunnen we niet voorbijgaan aan de dichter van het Verlangen. Zijn stelregel was ‘Dichten is afleren’ en hij vond 'Een gedicht is beter, naarmate men de woorden ervan minder merkt.' Misschien zijn zijn gedichten daarom zo tijdloos.

Hier mijn persoonlijke keuze uit gedichten over de herfst en een opbeurend stukje van Annie M.G. Schmidt. Het is per slot kinderboekenweek.


Zomernacht

Doe nu die gedachten dicht van je.
Denk nu eens liever niet na over morgen.
Kijk niet steeds weer die bosrand van gisteren
na, bramenplukker die je bent zoals vroeger
maar nu. Maak even geen onderscheid tussen
een wie en hoezo en de kans op anders.

Doe in je hoofd uit de lamp, hoor wat er is,
ademt en ritselt, kwaakt in de kikkers.
Leef met je lichaam van nachtwind de koelte.
Geeuw je een gat in het hart en proef het
zo rood al sap van bramen. Wees langzaam
door vogels gezongen het wordende licht.

 

C.O. Jellema 


 

 

Vakantietijd

Eindelijk buiten de schoolvakanties op vakantie gaan. Dat is het een mooi voordeel van niet meer werken in het onderwijs. Veel pensionado's  gaan naar Spanje en maken dan een voettocht of fietstocht naar Santiago de Compostela. 

De Nederlandse schrijver die echt een kenner van Spanje is, heet Cees Nooteboom. Een fantastisch reisboek voor Spanje van Nooteboom is De omweg naar Santiago.

 



Afscheid

Afscheid nemen kan ook een feestje zijn. Naar aanleiding van mijn afscheid als docent Nederlands van De Nassau, gebeurde er veel en maakte ik een pagina. Ook is er nu  een pagina met gedichten voor het (laatste) afscheid 






Een bewonderaar van Cees Nooteboom is Toon van Miert.

Hij schreef De omweg naar Hoogstraten, uitgegeven door Van Kemenade. Een mooi voorbeeld van tweede gebruik. 
'In De omweg naar Hoogstraten neemt Toon van Miert ons mee naar plekken in de grensstreek tussen Breda en Hoogstraten waar de natuur en cultuur van vervlogen tijden nog herkenbaar zijn in het landschap en de dorpen. Het is een boeiende streek, waar de ontwikkelingen van de laatste decennia zichtbaar zijn, zonder dat het landschap al te zeer aangetast is. In zes hoofdstukken leidt hij ons door de regio; het middelste hoofdstuk wijdt hij aan historie en bezienswaardigheden van Hoogstraten. Het is ook een lees- en kijkboek m.a.w. je kunt van de inhoud genieten als je de tochten niet kunt maken, de streek is daar interessant genoeg voor en de foto’s geven er een duidelijk beeld van.'

 


Jacques Bloem: Herinnering

De gloeiende avond in de kleine stad:
Verlichte ramen stonden ruisend open
Naar zomertuinen en het langzaam lopen
Van de geliefden langs het grijze pad

Als dit geheime ooit wéér te leven was:
Hoe dat het zachte licht van een lantaren
Scheen op de donkere, gedempte blaren,
Wist het hart, dat het van den dood genas.

Maar het vergankelijke kent geen keer
Dan in de opstanding der herinneringen;
Gistren is even ver als deze dingen:
In het verleden is de tijd niet meer.

Toch zullen bij het sluiten van den kring,
Waarin ons dreef des levens streng beschikken,
Die als de lucht onhoudbare ogenblikken
Onze enige eer zijn en rechtvaardiging.

En zullen we, in de wervling van den tijd
En de vervoeringen, die niet beklijven,
Indachtig aan onze oude dagen blijven
Met onvergankelijke aanhanklijkheid.

Tot aan het zwichten en het laatst getij,
Wanneer de wereld één wordt met het duistren,
En wij de niet te horen woorden fluistren:
Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.