Letterlievend

Nederland Leest, Breda niet?

Op 1 november was de aftrap van Nederland Leest, de actie om Nederlanders aan het lezen te krijgen in de bibliotheek Breda. Op een regenachtige vrijdagavond fietste ik door de binnenstad en zag dat de restaurants en cafés goed gevuld waren. Ruim op tijd voor het feestelijke gebeuren constateerde ik in de pas vernieuwde Nieuwe Veste dat daar wel wat studerende asielzoekers hun boterham aten, en dat er  weinig mensen op de uitnodiging waren afgekomen, terwijl toch Onno Blom uitgenodigd was dit alles cachet te geven. Hij is de samensteller van de bundel Winterbloei, het gratis boek bij de campagne.

Onno zelf was ongeveer een uur te laat door files en parkeerproblemen. Hij  had even niet doorgehad dat het thema van Nederland Leest dit jaar duurzaamheid is en in je eentje op vrijdagmiddag in de auto stappen dan een gotspe is en tegelijk een vorm van verdiende kastijding. Het wachten werd verlengd door een voordracht van een jonge Belgische dichteres die zeer begaan was met de aarde en met zichzelf en daarover Poëzie had geschreven die qua stijl en volume leek op een roman van Griet Op de Beeck. Maar, toen Onno op het podium stapte, merkte niemand aan hem dat hij zich afvroeg waarom hij in godsnaam naar Breda was afgereisd voor een publiek van twintig man. De knop ging om en hij stak van wal.

 

Lees op de pagina Herfstgedichten een gedicht van Jan Wolkers.

Van interviewer Kees van Meel kreeg Onno ruim de gelegenheid om alles uitvoerig te herhalen wat we bij het verschijnen van de biografie van Wolkers in alle kranten hadden kunnen lezen en in DWDD en bij Pauw hadden kunnen zien. Even werd het interessant toen Kees vroeg wat de kritiek op het proefschrift gedaan had met hem. Maar ook daarvan werd zonder tegenwerping van Kees een mooi verhaal gemaakt. Over het waarom bij de té onsmakelijke passages, die Wolkers zelf niet eens wilde publiceren, maar Onno onlangs wel, kwam geen vraag. Over zijn optreden in een serie over Rembrandt geen woord. Toen Kees aan Onno vroeg waarom hij het boekje voor Nederland Leest had samengesteld antwoordde hij cynisch: ‘Een zak met geld’. Even stapte Onno uit zijn rol van de charmante cultuurminnaar die zich zelfs niet te goed voelde voor de provincie. Helaas was er geen tijd voor vragen uit het publiek doordat Onno immers te laat was en er wellicht nog een enkeling de beloofde verfilming van Turks Fruit wilde zien. Kees en Onno leken opgelucht en het grootste deel van het publiek maakte zich uit de voeten.

De hamvraag is uiteraard of er meer mensen een boek gaan lezen door Nederland Leest. Door een boek met teksten van een schrijver voor wie de liefde in het tijdperk van ‘me-too’ wellicht iets bekoeld is. Een schrijver die al zoveel aandacht heeft gehad door die biografie. En is híj de schrijver over natuur en duurzaamheid en zijn dít nu de uitgelezen teksten van hem die alle boekenhaters aan het lezen krijgen? Vreemd, Giphart, die een inleiding bij het boekje schreef,  wist altijd zelf heel goed hoe hij lezers kon aan zich kon binden.

En gaat er iemand het boekje Winterbloei lezen door deze avond? Er is in Breda hard gewerkt aan een gevarieerd programma voor de hele maand rond het thema natuur en duurzaamheid. Ik hoop dat daarvoor meer enthousiasme zal zijn dan voor deze aftrap én dat er daardoor meer gelezen wordt. Er is zoveel meer in de bibliotheek te vinden!


Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen 

 

In York bezocht ik het National Railwaymuseum, een prachtige plek, waar ik ook een posttrein zag. Over de posttrein kende ik al een gedicht van W.H. Auden, This is the nightmail. Een rap avant-la-lettre!

Lees hier meer treingedichten. 


Luister naar negentiende-eeuwse dichters 

De Kinkerstraat is vernoemd naar de dichter Johannes Kinker en heeft een zijstraat die vernoemd is naar Nicolaas Beets,  bekender als  Hildebrand van de Camera Obscura. In deze straat vind je een interactief kunstwerk van Danilo Joanovic da Rudna. Het is een tamelijk onopvallend werk, meer een paneel met knopjes naast de namen van onze beroemdste dichters uit de negentiende eeuw. Als je op een knopje drukt kan je een gedicht beluisteren van een van hen.

Zelf ben ik meer gecharmeerd van de droogkomische poëzie van Gerrit van de Linde, alias De Schoolmeester, dan van de moralistische gedichten van Beets. Overigens zijn al deze dichters te vinden op DBNL.

 

Grafschrift van Gerrit van de Linde

Op kleêremaker.

Hier ligt een kleêremaker met kastanjebruin hair in de kist;
Dat zou je niet makkelijk raaien als je 't niet wist.

 


Leven in de tuin 

Deze dagen lees ik Een leven in de tuin van Penelope Liveley, een tachtigjarige auteur die romans, kinderboeken en essaybundels publiceerde. Aan dit boek over tuinieren en tuinen beleef ik heel veel plezier. Het is geschreven door een Britse, in een heel plezierige stijl en behandelt ook tuinen in de literatuur en beeldende kunst. Dat inspireerde me om tuingedichten te selecteren voor Letterlievend, waar ook al zomergedichten te vinden zijn.

Hier een aardige bespreking van het boek. Let op de kat!


Martinus Nijhoff- De moeder de vrouw

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.

Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden

die elkaar vroeger schenen te vermijden,

worden weer buren. Een minuut of tien

dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken,

mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd -

laat mij daar midden uit de oneindigheid

een stem vernemen dat mijn oren klonken.

 

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer

kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.

Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,

 

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.

O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.

Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Het zal niemand ontgaan zijn dat het weer boekenweek is, inclusief het geschenk, dit jaar geschreven door Jan Siebelink. Deze had al enige tijd geleden een boek klaarliggen. Het ware beter geweest dat Oscar het geschenk was geworden. Gelukkig is er ook een essay van Murat Isik, Mijn moeders strijd.

Als doekje voor het bloeden na de ophef over de mannelijke schrijvers die het boekenweekgeschenk en -essay mochten schrijven, terwijl het thema 'De moeder de vrouw' is, werd het boekenweekgedicht geïntroduceerd en dat mocht een vrouw schrijven.

Het thema verwijst natuurlijk naar het gedicht van Martinus Nijhoff met dezelfde titel. Op de pagina Tweede gebruik kon je dit gedicht al tegenkomen. De CPNB heeft Naomi Esther Perquin gevraagd een gedicht bij dit thema te maken. Op de site van de boekenweek vind je meer gedichten over moeder. Op Letterlievend heb ik een pagina gemaakt met oudere gedichten over moeders, van  onder andere Vasalis , Kopland, Claus en Elsschot: Moedergedichten.

Moeder

Zoals ze in je praat en dingen vindt, dwars door je eigen woorden
klinkt, vaak ongevraagd, doe je haar nou wat opzij, je hebt toch
ogen, waarom moet dat nou zo open, die mouwen staan
je raar en doe een das om als het waait.

Zoals ze in je borstkas zucht wanneer je iets onnodigs dreigt te kopen,
zegt dat suiker, vet, voor je bloed, je hart, je lever slecht, door
drank en sigaretten is gekwetst, als je slordig oversteekt
of fietst door rood - je mag van haar niet dood,
niet eens geschud, geschaafd.

Als een achtervolgingsscène die een leven lang vertraagd
wordt afgespeeld. Ze loopt je na. Dit voortbewegen,
één en twee, in hetzelfde beeld.

Zo vaak val je tegen, zo vaak val je mee. Steeds ongevraagd
gered. Bij hond, stoep, hek en noodlot weggegrist.
Je kijkt naar haar. Je weet niet wie ze is.


Een nieuwe lente en een nieuw geluid

 

"Mensen, wat een dag, Wat een dag. Een nieuwe lente is aangebroken, een nieuw geluid te horen",  citeerde Theo Hiddema losjes uit De Mei, voor aanhangers van Forum voor Democratie tijdens de verkiezingsbijeenkomst van zijn partij in Zeist. Het is wel bijzonder dat deze rechtse politicus regels van een dichter met communistische ideeën aanhaalt. Overigens schreef Herman Gorter pas idealistische poëzie na De Mei. Dit lange gedicht is vooral een lofzang op de schoonheid van het Nederlandse landschap en moest volgens de dichter een werk vol kleur en klank zijn. En dat is het meer dan een eeuw later nog.

Het hele gedicht, dat Gorter, een classicus, in 1889 schreef kan je hier lezen . Op letterlievend vind je veel meer tweede gebruik .


Vastenavond

Als ik mijn neus opzet, verlies ik prompt
een oor. Mijn haar wordt groen als ik het was.
Ik ben vergeten waar mijn dinges stond
nu ik vergeefs elf onderbroeken pas.

Ik maak muziek, zo vrolijk dat ik huil.
Ik dans alleen, de optocht maakt mij bang.
Ik slaap mijn roes uit in een eenmanskuil.
Ik voel waterkoude kussen op mijn wang.

Maar ik verrijs, laat dat geloof bestaan.
Ik spreek de waarheid met de brakke mond
die hangt te zingen aan mijn onderbuik.

Het voorjaar komt, ik voel het en ik ruik
het leven smeulen als een lange lont.
Ooit volgt de knal. Nu leven! Kraai maar, haan.

Wiel Kusters
Uit: Zielsverstand, 2007

 

 

 

 

Pleidooi voor carnaval

In de winter van 1902 was Couperus voor het eerst op het Carnaval Niçois, dat een maand duurt. La Grande Redoute, het slotbal, vond hij het mooist. Genodigden dienden de door het Comité des Fêtes voorgeschreven kleuren te dragen. In 1910 roze en zwart. ‘Het Carnaval is uniek van dwaasheid en dolheid en pracht en vroolijkheid’, schreef Couperus, ‘maar… ieder jaar verliest het al iets van zijn kwaliteiten: de menschheid is zoo heel ernstig en de tijden zijn zoo moeilijk… Viert Carnaval, voor het te laat is.’

Als je, zoals ik op deze aswoensdag, zoekt naar gedichten over carnaval, zul je in eerste instantie niet veel goeds tegenkomen. Toch kan je iets van de sfeer van de optocht terugvinden bij Pierre Kemp en Wiel Kusters, twee zuiderlingen in de literatuur. 

 

Maar ook Pierre Kemp geeft zich in het gedicht Fanfare niet over aan de gekte. 

 

Ik sta al lang niet meer vooraan,

als er stoeten door de straten gaan.

Ik moet luisteren naar de bomen

en niet naar mensen, die komen.

Ze komen, de mensen, en gaan voorbij

in gelederen van dwazen,

maar de élite onder hen, voor mij, zijn zij,

die in koperen buizen blazen.

 

Een roman waarin de sfeer van carnaval met al zijn lelijke en mooie kanten goed weergegeven wordt, is Naar de overkant van de nacht van Jan van Mersbergen. Dit werk doet me ook denken aan Under the Volcano van Malcolm Lowry, niet in de laatste plaats door het overmatige drankgebruik. 

 

 


POËZIEWEEK 2019 

De Vlaamse romancier, theaterauteur, dichter, scenarist en performer Tom Lanoye dicht volgend jaar het Poëziegeschenk voor de 7e Poëzieweek. Het thema is Vrijheid. Lanoye schreef alvast het gedicht Zonder handen, zonder tanden, dat tevens het motto wordt van de Poëzieweek. Het eerste deel luidt:

 

 

Geen woord zo vrij als vrij
Het weert wat men verbiedt
Smetvrij, vetvrij. Kogelvrij
Maar wat is dan ‘gastvrij’?
(Ontdaan van vreemdelingenwaan?)
En vogelvrij: een doel, een straf?
Of een verzuchting op een graf?
Hier ligt hij: Eindelijk vrij.



Nederland Leest 2018 

We krijgen weer een boek cadeau in de maand november. Nederland Leest pakt het breder, maar minder literair aan en geeft een boekje uit met bijdragen over koken en voeding onder het motto “Je bent wat je leest”, daarbij natuurlijk verwijzend naar de uitspraak “Man ist was man isst ”, van Feuerbach.

Wat valt er over dit thema te lezen in de literatuur? Een aantal titels van romans en novellen schieten je zo te binnen.

Willem Elsschots Kaas, Het hemelse gerecht van Renate Dorrestein, Het diner uiteraard en Troost van Giphart. Twee titels met zeevruchten: De oesters van Nam Kee van Kees van Beijnum en Oesters van Rasha Peper. Ernest Van der Kwast schreef verfrissend over een Italiaanse familie en de geschiedenis en het proces van ijsmaken in De ijsmakers.

Ronald Giphart leidt de bundel van Nederland Leest in, niet vreemd want hij maakte al in 2005 een bloemlezing met dit thema. 


Op  Letterlievend maakte ik een nieuwe themapagina met gedichten over eten. In de Nederlandse poëzie zien we het alledaagse eten met name in de zestiger jaren een plaats krijgen. Buddingh en Bernlef introduceerden de aardappel, en de boterham in de poëzie. En natuurlijk de sandwichspread...


ARMANDO OVERLEDEN en                                    Oud Amelisweerd Dicht

Kunstenaars lijden aan de tijd. Aan de vergankelijkheid. Ze gaan het gevecht met de eeuwigheid aan, terwijl ze weten dat ze dit gevecht zullen verliezen ondanks kortstondige overwinningen. Laat ze maar hun gang gaan, ze weten niet beter.'

Uit: De haperende schepping (2003)
 


Van schorriemorrie tot rambam

Afgelopen weekeinde schreef Youp van ’t Hek zijn column in de NRC onder de titel Sjorriemorrie. Hij eindigde zijn relaas met een verwijzing naar de Mei van Gorter, Umberto Tan een nieuwe lente en een nieuw geluid wensend en dat terwijl er op de grachten nog geschaatst werd toen de krant in de bus viel. Meer tweede gebruik van poëzie vind je hier.

We kennen in het Nederlands veel meer van die intern rijmende woorden. Harrewarren, holderdebolder, kinnesinne, kissebissen en lanterfanter zijn mooie voorbeelden. In Opperlandse Taal- en letterkunde van Battus (Hugo Brand Corstius)  is er veel over te vinden onder de titel De wet van Hoyle Boyle. Rambam is trouwens de passende naam van een confronterend televisieprogramma.

Youps woordspeling op schorriemorrie is veel origineler. dan die nieuwe lente.Overigens is os en ezel in het Hebreeuws sjorim cha morim, via het Jiddisch is dat ons woord schorriemorrie geworden. Er staat dus schorriemorrie in de stal. En deze klanken bekken lekker. Bedacht Annie MG waarschijnlijk daarom de titel Jorrie en Snorrie?

                                                                                                    Ook iets wat lekker bekt: straatpoëzie in Rotterdam.


Benedicte en Willem Bilderdijk

Gek toeval. Op de Bilderdijkstraat in Amsterdam is een kliniek gevestigd die je met bijvoorbeeld hypnotherapie van je rookverslaving kan bevrijden. Bilderdijk, wie was dat ook alweer?  Een zeer romantische geest die veel schreef en zijn leven zelf beschreef en zichzelf daarbij niet minder beduidend maakte; hij las naar eigen zeggen op driejarige leeftijd Homerus’ Ilias. Bilderdijk  gaf Nederlandse les aan Lodewijk Napoleon en had vaak extreme standpunten. Hij was bijvoorbeeld tegen inentingen en dijken, maar schreef ook een verhandeling op rijm tegen roken, Het nicotiaansche kruid. Benedicte Ficq kan er misschien nog wel wat aan hebben in haar strijd tegen de tabakslobby.

Weg met dat stinkend stof! weg met die vuile dampen, 
De lucht en 't heldre licht van tafeltoorts en lampen 
Verduistrend, d'ademtocht verstikkend, en vergift 
Voor borst en ingewand! Wat razerny van drift 
Kon zoo het menschenras van zelfbesef berooven, 
Om dus zich 't leven in den boezem uit te doven? 
En, Hemel, alles is aan deze dolheid vast, 
En gaat op prikklingstank en walgingrook te gast! 
Euroop, wat zijt ge dwaas! - Van waar toch dit gelusten 
Naar 't onkruid, naar 't vergif van Oost- en Westerkusten?

Twee reddelozen in Rotterdam.....

In het Scheepvaartcollege dat gevestigd is in een overweldigend gebouw aan de Maas is op de begane grond een enorme wand met teksten en afbeeldingen te zien. Mijn verbazing was groot toen ik te midden van de stoere, daadkrachtige Rotterdamse studenten in hun maritieme sfeer enkele strofen uit een gedicht van Martinus Nijhoff zag. 

Twee reddelozen

 

Zij gaat 's nachts vaak naar de haven 

Waarheen ze vroeger met mij ging, 
Aan de eeuwige zee, aan de sterren, 

Vraagt ze waarom het voorbij ging - 

 
En de wind en de lichten der schepen 
Zeggen dat al wat voorbijgaat 
Op een reis is zonder thuisreis 
Naar een einde waar niemand ons bijstaat - 
 
 
 
In mijn hooge verlichte venster 
Tusschen schoorsteene' en torenklokken 
Heb ik tegenover den hemel 
Een eenzame voorpost betrokken. 
 
In alles te kort geschoten, 
Staar ik bij het raam op de stad 
En vraag: was ik grooter geworden 
Wanneer ik had liefgehad?
 
Martinus Nijhoff

in 2011 was Het leven is vurrukkulluk het boek van Nederland Leest. Remco Campert las het integraal voor.  Nu is het eindelijk verfilmd door Frans Weisz. Het is een licht melancholiek verhaal over jongeren die niet in de maatschappij geloven en wel in hun genot, maar zich realiseren dat dat maar tijdelijk is. Het motto van het boek is ontleend aan Martinus Nijhoffs Het tuinfeest.

Zij zij zingen, nijgen naar elkaar en kussen,

Geenszins om de liefde, maar om de sublieme

Momenten en het sentiment daartussen.

Meer nieuws over Remco Campert

Pas verschenen, de nieuwste dichtbundel: Open ogen. Een bundel waarin Campert minder bedeesd is. 

In zijn nieuwste poëzie is de broze dichter Remco Campert een ridder zonder vrees. (Arjan Peters)

 

 


De kop van een leuk artikel in de NRC is een in neon vervatte allusie naar Alles van waarde is weerloos van Lucebert. Op deze pagina maakte ik vaker melding van dit gedicht. Overigens is er een verzamelsite voor muurgedichten ofwel straatpoëzie waar iedereen gedichten uit de publieke ruimte kan toevoegen: straatpoëzie.nl

 


Het litteken van de dood

Precies tien jaar na het overlijden van Jan Wolkers verscheen de monumentale biografie van Jan Wolkers, het werk waarop Onno Blom promoveerde. Het was in Nederland hét literaire evenement van deze herfst. DWDD wijdde er een hele uitzending aan . 

De dood was deze maand nadrukkelijk aanwezig. Onder andere in artikelen over poëzie voor eenzaam gestorvenen, gebundeld in Tot Zover. Daarom verzamelde ik weer nieuwe gedichten en artikelen voor deze website op de pagina Afscheidsgedichten.

DE HERINNERING

Het is zo lang geleden
Dat het vergeten had moeten zijn,
Het is zo vers
Als een voetstap in het gras,
Als rook die wegtrekt uit een open raam,
Dauw die druppelt langs gewas
Door aarde en stof,
Een gedachte die er niet meer was.

 

Op de zijgevel van het geboortehuis van Jan Wolkers   staat de tekst van het gedicht De herinnering.


Een gedicht van stadsdichter Daan Doesborgh, van 2006-2010 stadsdichter van Venlo.


Literatuur op blik

De geweldig mooie en informatieve website www.literatuurmuseum.nl wijdde een pagina aan koektrommels met daarop taferelen uit de Camera Obscura van Hildebrand, ofwel Nicolaas Beets. In mijn blikkenverzameling heb ik een exemplaar van een blik met taferelen van Brand in de Jonge Jan, een sociaal bewogen toneelstuk van Herman Heijermans. In het stuk uit 1903 blijkt dat hebzucht en bedrog mensenlevens kosten.

Het wordt nog steeds op de planken gebracht. 

 

 


Armando

Ik hoorde dat er geluisterd werd 

Armando trad op 29 september op in De Nieuwe Veste in Breda samen met Oleg Lisenko. Klik hier voor meer informatie over hem in een powerpoint. Of kijk op de  website www.armando.nl

 


Dit blikje is overigens niet het enige in zijn soort binnen de collectie van het Literatuurmuseum. In 2010 werd het verblijd met de schenking van een trommeltje met een versje uit de Proeve van kleine gedigten voor kinderen van Hiëronymus van Alphen, met vijf prentjes.

 


In de maand juli trouwde een mooi stel in het voormalige huis van C.O. Jellema. Het deelde kussenslopen uit met prachtige regels uit het gedicht Zomernacht. Mijn drie weken oude kleinkind Valerie was erbij en de foto inspireerde tot een pagina met meer zomergedichten .

 

 

 

 

 


Populisme, schreeuwerigheid en nepnieuws: lees dit gedicht van Maria Barnas

Massa 

Wij zijn de roeiers die met dauw op het gezicht
de ochtend in roeien zonder geluid. 
Wij zijn degenen waar kranten zich op richten
waar cijfers zich om buigen en kaders zich om sluiten
Wij zijn het risico dat u spreidt.
Wij hebben elkaar gevonden en zullen pas zwijgen
wanneer we begrijpen waartoe wij hier in godsnaam zijn.

Hebt u daar soms iets mee te maken? Bent u het 
die ons ondermijnt; doet kwijnen in een zee van willekeur 
omdat we met velen zijn: ons gejammer 
is nooit zo krachtig als de schreeuw van de vrouw
van wie de handen op de trambaan branden.
Daar staat ze. Ze schreeuwt zoals een vrouw 
van wie de handen branden schreeuwt.

Wij vernietigen onszelf naarmate wij luider van ons 
laten horen en later zijn wij de onvolmaakte raven 
van inkt in de palm van uw hand die u schudt
als van een vreemde in het allerlaatste licht.
Waar gaan ze heen de roeiers bewegen zich 
onnatuurlijk achterstevoren ze slaan de spanen 
waterwijd en trekken zich terug langs het land.

© 2007, Maria Barnas

Er staat een stad op
De Arbeiderspers, Amsterdam, 2007

 


Een gedicht van Hester Knibbe voor Berlijn en Aleppo.

En ze zeiden dat

zegenen helpen betekent, maar er waren die nacht
zoveel wonden op de wereld dat mijn ogen
en benen verlamden. En ik was

bang, bang voor bloed aan mijn handen en
dat ik daarmee dan over mijn gezicht buik
en armen. Daarom riep ik

zegen mij zegen mij de angstige.

 



Er is deze dagen veel aandacht voor De Stijl in Nederland. Exposities, o.a. in het gemeentemuseum in Den Haag, herdenken dat het honderd jaar geleden is dit jaar dat het tijdschrift voor het eerst werd uitgegeven. 

Theo van Doesburg schreef onder het pseudoniem I.K. Bonset poëzie. Zijn pseudoniem is  een anagram van 'Ik ben sot'. Hier zijn dadaïstische invloeden zeker merkbaar. 

De Stijl is een Nederlandse kunstbeweging, vernoemd naar het in 1917 in Leiden opgerichte tijdschrift De Stijl. De belangrijkste leden van De Stijl waren Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Vilmos Huszár, Bart van der Leck, J.J.P. Oud, Jan Wils, Robert van 't Hoff, Gerrit Rietveld en Georges Vantongerloo. De Stijl is vooral een project van kunstenaar en publicist Theo van Doesburg, de zelfbenoemde oprichter, redacteur en propagandist van De Stijl. De leden van De Stijl streefden naar een radicale hervorming van de kunst, die gelijke tred hield met de technische, wetenschappelijke en sociale veranderingen in de wereld. Deze hervorming bestond uit het gebruik van een minimum aan kleuren (primaire kleuren, gecombineerd met zwart, wit en grijs) en een zo eenvoudig mogelijke vormgeving (bij voorkeur volgens het orthogonaal stelsel). Hoewel er van het tijdschrift De Stijl nooit meer dan 300 exemplaren verkocht werden, had het een grote invloed op de kunst in Nederland en daarbuiten. Internationaal is De Stijl beter bekend onder de naam neoplasticisme of Nieuwe Beelding waarbij het vanaf de jaren 30 een centrale rol in de Europese avant-garde speelde.

Theo van Doesburg 

Gerrit Rietveld 

Theo van Doesburg

Piet Mondriaan 


 

 

 

 

 

Sinterklaastijd

Het is weer bijna 5 december en je moet waarschijnlijk weer zelf dichten. Ook op Letterlievend.nl vind je gedichten, met een instructie van drs. P. voor het schrijven van een sinterklaasgedicht. Daarnaast cabaret van Toon Hermans en een verhaal van Carmiggelt. En er is aandacht voor Dèr Mouw en Van Lennep met Klaasje Zevenster. Lees verder.

POLITIEK

Deze maand staat in het teken van de politiek, zowel in ons eigen land als daarbuiten. Na de onverwachte overwinning van Donald Trump volgden er vele analyses. In het licht van de literatuur  was de column van Arjen Fortuin in de NRC met de titel  Welk boek kan ons troosten op de avond na de verkiezingen wel het meest interessant. Engelse lezers citeerden uit vertaling van De Avonden van Gerard Reve een prachtige passage:  “What do the people want. Nothing good, that much is certain. “  

 



Harry Mulisch liet zich vaker over politiek uit dan zijn collega's Hermans en Reve. Hij zei onder andere over zichzelf  "Ik ben de Tweede Wereldoorlog". Mulisch was bevriend met politici zoals Hans van Mierlo en had een tijd communistische sympathieën.  In De ontdekking van de hemel wordt heel wat over de politiek in Nederland geschreven, met name in de passages over Onno Quist.

 

 

 

 

W.F. Hermans schreef een prachtig cynisch boek over politiek: Ik heb altijd gelijk.

In dat boek is de hoofdpersoon een boze witte man  zich miskend voelt en graag mensen (m.n. de katholieken) kwetst. Hij wil echter niet een nationalistische Nederlandse partij oprichten, maar Nederland opheffen en in Europa op laten gaan. Hoogst actueel dus.   


Getuigenis

Ze willen dat ik schrijf

voor de vooruitgang.

Maar ik kan niet schrijven zoals zij,

al stam ik van hen af.

Ik moet de wijken van het volk in

en mijn oor te luisteren leggen:

zo hoor je nog eens wat.

Wat wil het volk?

Niet veel goeds, dat is zeker.

Dus ga ik de straat op,

met mijn eigen vaandel

waarop geschreven staat:

Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!

Lang leve de Dood!

Gerard Reve

Verder legde Fortuin de prachtige link tussen het boek Abeltje van Annie M.G. Schmidt en de Amerikaanse verkiezingen. De mottenballenkoopman Tump (!) wordt in dit boek president van Perugona zonder te weten wat het ambt inhoudt en het volk komt in opstand. Gelukkig verlost juffrouw Klaterhoen hem snel uit zijn lijden en het land van hem.